NL: contracterenSynoniemen: aantrekken, samentrekken, vastleggen, afsluiten, aangaan
DE: vereinbaren, festlegen
EN: legally bind, sign up
ES: contratar, estipular
FR: contracter, signer un contrat avec, signer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gecontracteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik contracteer jij contracteert hij contracteert wij contracteren jullie contracteren zij contracteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gecontracteerd jij hebt gecontracteerd hij heeft gecontracteerd wij hebben gecontracteerd jullie hebben gecontracteerd zij hebben gecontracteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik contracteerde jij contracteerde hij contracteerde wij contracteerden jullie contracteerden zij contracteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gecontracteerd jij had gecontracteerd hij had gecontracteerd wij hadden gecontracteerd jullie hadden gecontracteerd zij hadden gecontracteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal contracteren jij zult contracteren hij zal contracteren wij zullen contracteren jullie zullen contracteren zij zullen contracteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gecontracteerd hebben jij zult gecontracteerd hebben hij zal gecontracteerd hebben wij zullen gecontracteerd hebben jullie zullen gecontracteerd hebben zij zullen gecontracteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou contracteren jij zou contracteren hij zou contracteren wij zouden contracteren jullie zouden contracteren zij zouden contracteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gecontracteerd hebben jij zou gecontracteerd hebben hij zou gecontracteerd hebben wij zouden gecontracteerd hebben jullie zouden gecontracteerd hebben zij zouden gecontracteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
contracteer
|