NL: contamineren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gecontamineerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik contamineer jij contamineert hij contamineert wij contamineren jullie contamineren zij contamineren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gecontamineerd jij hebt gecontamineerd hij heeft gecontamineerd wij hebben gecontamineerd jullie hebben gecontamineerd zij hebben gecontamineerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik contamineerde jij contamineerde hij contamineerde wij contamineerden jullie contamineerden zij contamineerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gecontamineerd jij had gecontamineerd hij had gecontamineerd wij hadden gecontamineerd jullie hadden gecontamineerd zij hadden gecontamineerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal contamineren jij zult contamineren hij zal contamineren wij zullen contamineren jullie zullen contamineren zij zullen contamineren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gecontamineerd hebben jij zult gecontamineerd hebben hij zal gecontamineerd hebben wij zullen gecontamineerd hebben jullie zullen gecontamineerd hebben zij zullen gecontamineerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou contamineren jij zou contamineren hij zou contamineren wij zouden contamineren jullie zouden contamineren zij zouden contamineren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gecontamineerd hebben jij zou gecontamineerd hebben hij zou gecontamineerd hebben wij zouden gecontamineerd hebben jullie zouden gecontamineerd hebben zij zouden gecontamineerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
contamineer
|