NL: consuminderen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geconsuminderd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik consuminder jij consumindert hij consumindert wij consuminderen jullie consuminderen zij consuminderen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geconsuminderd jij hebt geconsuminderd hij heeft geconsuminderd wij hebben geconsuminderd jullie hebben geconsuminderd zij hebben geconsuminderd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik consuminderde jij consuminderde hij consuminderde wij consuminderden jullie consuminderden zij consuminderden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geconsuminderd jij had geconsuminderd hij had geconsuminderd wij hadden geconsuminderd jullie hadden geconsuminderd zij hadden geconsuminderd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal consuminderen jij zult consuminderen hij zal consuminderen wij zullen consuminderen jullie zullen consuminderen zij zullen consuminderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geconsuminderd hebben jij zult geconsuminderd hebben hij zal geconsuminderd hebben wij zullen geconsuminderd hebben jullie zullen geconsuminderd hebben zij zullen geconsuminderd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou consuminderen jij zou consuminderen hij zou consuminderen wij zouden consuminderen jullie zouden consuminderen zij zouden consuminderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geconsuminderd hebben jij zou geconsuminderd hebben hij zou geconsuminderd hebben wij zouden geconsuminderd hebben jullie zouden geconsuminderd hebben zij zouden geconsuminderd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
consuminder
|