NL: consumerenSynoniemen: eten, gebruiken, nuttigen, verbruiken, verorberen, vreten, schransen, opeten, bunkeren, schrokken, bikken, verteren, slopen, oppeuzelen
DE: gebrauchen, konsumieren, aufmachen, aufarbeiten, aufwenden, aufzehren, aufstellen, aufsetzen, aufbrauchen, aufnehmen, ausbeuten, ausfertigen
EN: consume, utilize, use
ES: tomar, consumir, comerse, aprovechar, usar
FR: consumer, utiliser, user
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geconsumeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik consumeer jij consumeert hij consumeert wij consumeren jullie consumeren zij consumeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geconsumeerd jij hebt geconsumeerd hij heeft geconsumeerd wij hebben geconsumeerd jullie hebben geconsumeerd zij hebben geconsumeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik consumeerde jij consumeerde hij consumeerde wij consumeerden jullie consumeerden zij consumeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geconsumeerd jij had geconsumeerd hij had geconsumeerd wij hadden geconsumeerd jullie hadden geconsumeerd zij hadden geconsumeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal consumeren jij zult consumeren hij zal consumeren wij zullen consumeren jullie zullen consumeren zij zullen consumeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geconsumeerd hebben jij zult geconsumeerd hebben hij zal geconsumeerd hebben wij zullen geconsumeerd hebben jullie zullen geconsumeerd hebben zij zullen geconsumeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou consumeren jij zou consumeren hij zou consumeren wij zouden consumeren jullie zouden consumeren zij zouden consumeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geconsumeerd hebben jij zou geconsumeerd hebben hij zou geconsumeerd hebben wij zouden geconsumeerd hebben jullie zouden geconsumeerd hebben zij zouden geconsumeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
consumeer
|