NL: conspirerenSynoniemen: samenzweren
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geconspireerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik conspireer jij conspireert hij conspireert wij conspireren jullie conspireren zij conspireren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geconspireerd jij hebt geconspireerd hij heeft geconspireerd wij hebben geconspireerd jullie hebben geconspireerd zij hebben geconspireerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik conspireerde jij conspireerde hij conspireerde wij conspireerden jullie conspireerden zij conspireerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geconspireerd jij had geconspireerd hij had geconspireerd wij hadden geconspireerd jullie hadden geconspireerd zij hadden geconspireerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal conspireren jij zult conspireren hij zal conspireren wij zullen conspireren jullie zullen conspireren zij zullen conspireren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geconspireerd hebben jij zult geconspireerd hebben hij zal geconspireerd hebben wij zullen geconspireerd hebben jullie zullen geconspireerd hebben zij zullen geconspireerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou conspireren jij zou conspireren hij zou conspireren wij zouden conspireren jullie zouden conspireren zij zouden conspireren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geconspireerd hebben jij zou geconspireerd hebben hij zou geconspireerd hebben wij zouden geconspireerd hebben jullie zouden geconspireerd hebben zij zouden geconspireerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
conspireer
|