NL: confisquerenDE: in Beschlag nehmen, beschlagnahmen, konfiszieren
EN: confiscate, forfeit, seize
ES: confiscar, embargar, decomisar, incautar
FR: confisquer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geconfisqueerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik confisqueer jij confisqueert hij confisqueert wij confisqueren jullie confisqueren zij confisqueren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geconfisqueerd jij hebt geconfisqueerd hij heeft geconfisqueerd wij hebben geconfisqueerd jullie hebben geconfisqueerd zij hebben geconfisqueerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik confisqueerde jij confisqueerde hij confisqueerde wij confisqueerden jullie confisqueerden zij confisqueerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geconfisqueerd jij had geconfisqueerd hij had geconfisqueerd wij hadden geconfisqueerd jullie hadden geconfisqueerd zij hadden geconfisqueerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal confisqueren jij zult confisqueren hij zal confisqueren wij zullen confisqueren jullie zullen confisqueren zij zullen confisqueren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geconfisqueerd hebben jij zult geconfisqueerd hebben hij zal geconfisqueerd hebben wij zullen geconfisqueerd hebben jullie zullen geconfisqueerd hebben zij zullen geconfisqueerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou confisqueren jij zou confisqueren hij zou confisqueren wij zouden confisqueren jullie zouden confisqueren zij zouden confisqueren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geconfisqueerd hebben jij zou geconfisqueerd hebben hij zou geconfisqueerd hebben wij zouden geconfisqueerd hebben jullie zouden geconfisqueerd hebben zij zouden geconfisqueerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
confisqueer
|