NL: concluderenSynoniemen: afleiden
DE: schlußfolgern
EN: conclude
ES: concluir, cortar, concertar, deducir, desconectar, sacar en conclusión, inducir de, sacar conclusiones de
FR: conclure
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geconcludeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik concludeer jij concludeert hij concludeert wij concluderen jullie concluderen zij concluderen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geconcludeerd jij hebt geconcludeerd hij heeft geconcludeerd wij hebben geconcludeerd jullie hebben geconcludeerd zij hebben geconcludeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik concludeerde jij concludeerde hij concludeerde wij concludeerden jullie concludeerden zij concludeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geconcludeerd jij had geconcludeerd hij had geconcludeerd wij hadden geconcludeerd jullie hadden geconcludeerd zij hadden geconcludeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal concluderen jij zult concluderen hij zal concluderen wij zullen concluderen jullie zullen concluderen zij zullen concluderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geconcludeerd hebben jij zult geconcludeerd hebben hij zal geconcludeerd hebben wij zullen geconcludeerd hebben jullie zullen geconcludeerd hebben zij zullen geconcludeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou concluderen jij zou concluderen hij zou concluderen wij zouden concluderen jullie zouden concluderen zij zouden concluderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geconcludeerd hebben jij zou geconcludeerd hebben hij zou geconcludeerd hebben wij zouden geconcludeerd hebben jullie zouden geconcludeerd hebben zij zouden geconcludeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
concludeer
|