NL: concerterenSynoniemen: spelen
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geconcerteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik concerteer jij concerteert hij concerteert wij concerteren jullie concerteren zij concerteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geconcerteerd jij hebt geconcerteerd hij heeft geconcerteerd wij hebben geconcerteerd jullie hebben geconcerteerd zij hebben geconcerteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik concerteerde jij concerteerde hij concerteerde wij concerteerden jullie concerteerden zij concerteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geconcerteerd jij had geconcerteerd hij had geconcerteerd wij hadden geconcerteerd jullie hadden geconcerteerd zij hadden geconcerteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal concerteren jij zult concerteren hij zal concerteren wij zullen concerteren jullie zullen concerteren zij zullen concerteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geconcerteerd hebben jij zult geconcerteerd hebben hij zal geconcerteerd hebben wij zullen geconcerteerd hebben jullie zullen geconcerteerd hebben zij zullen geconcerteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou concerteren jij zou concerteren hij zou concerteren wij zouden concerteren jullie zouden concerteren zij zouden concerteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geconcerteerd hebben jij zou geconcerteerd hebben hij zou geconcerteerd hebben wij zouden geconcerteerd hebben jullie zouden geconcerteerd hebben zij zouden geconcerteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
concerteer
|