NL: composteren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gecomposteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik composteer jij composteert hij composteert wij composteren jullie composteren zij composteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gecomposteerd jij hebt gecomposteerd hij heeft gecomposteerd wij hebben gecomposteerd jullie hebben gecomposteerd zij hebben gecomposteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik composteerde jij composteerde hij composteerde wij composteerden jullie composteerden zij composteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gecomposteerd jij had gecomposteerd hij had gecomposteerd wij hadden gecomposteerd jullie hadden gecomposteerd zij hadden gecomposteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal composteren jij zult composteren hij zal composteren wij zullen composteren jullie zullen composteren zij zullen composteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gecomposteerd hebben jij zult gecomposteerd hebben hij zal gecomposteerd hebben wij zullen gecomposteerd hebben jullie zullen gecomposteerd hebben zij zullen gecomposteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou composteren jij zou composteren hij zou composteren wij zouden composteren jullie zouden composteren zij zouden composteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gecomposteerd hebben jij zou gecomposteerd hebben hij zou gecomposteerd hebben wij zouden gecomposteerd hebben jullie zouden gecomposteerd hebben zij zouden gecomposteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
composteer
|