Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

compliceren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: compliceren
Synoniemen: bemoeilijken

DE: compliceren (ingewikkeld maken): erschweren, verwickeln, komplizieren
EN: compliceren (ingewikkeld maken): entangle, complicate, make hard, make difficult
ES: compliceren (ingewikkeld maken): complicarse, involucrar, envolver, atrapar, enredar
FR: compliceren (ingewikkeld maken): rendre difficile, compliquer

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gecompliceerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik compliceer
jij compliceert
hij compliceert
wij compliceren
jullie compliceren
zij compliceren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gecompliceerd
jij hebt gecompliceerd
hij heeft gecompliceerd
wij hebben gecompliceerd
jullie hebben gecompliceerd
zij hebben gecompliceerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik compliceerde
jij compliceerde
hij compliceerde
wij compliceerden
jullie compliceerden
zij compliceerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gecompliceerd
jij had gecompliceerd
hij had gecompliceerd
wij hadden gecompliceerd
jullie hadden gecompliceerd
zij hadden gecompliceerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal compliceren
jij zult compliceren
hij zal compliceren
wij zullen compliceren
jullie zullen compliceren
zij zullen compliceren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gecompliceerd hebben
jij zult gecompliceerd hebben
hij zal gecompliceerd hebben
wij zullen gecompliceerd hebben
jullie zullen gecompliceerd hebben
zij zullen gecompliceerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou compliceren
jij zou compliceren
hij zou compliceren
wij zouden compliceren
jullie zouden compliceren
zij zouden compliceren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gecompliceerd hebben
jij zou gecompliceerd hebben
hij zou gecompliceerd hebben
wij zouden gecompliceerd hebben
jullie zouden gecompliceerd hebben
zij zouden gecompliceerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
compliceer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/compliceren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English