NL: comparerenSynoniemen: vergelijken
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gecompareerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik compareer jij compareert hij compareert wij compareren jullie compareren zij compareren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gecompareerd jij hebt gecompareerd hij heeft gecompareerd wij hebben gecompareerd jullie hebben gecompareerd zij hebben gecompareerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik compareerde jij compareerde hij compareerde wij compareerden jullie compareerden zij compareerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gecompareerd jij had gecompareerd hij had gecompareerd wij hadden gecompareerd jullie hadden gecompareerd zij hadden gecompareerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal compareren jij zult compareren hij zal compareren wij zullen compareren jullie zullen compareren zij zullen compareren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gecompareerd hebben jij zult gecompareerd hebben hij zal gecompareerd hebben wij zullen gecompareerd hebben jullie zullen gecompareerd hebben zij zullen gecompareerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou compareren jij zou compareren hij zou compareren wij zouden compareren jullie zouden compareren zij zouden compareren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gecompareerd hebben jij zou gecompareerd hebben hij zou gecompareerd hebben wij zouden gecompareerd hebben jullie zouden gecompareerd hebben zij zouden gecompareerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
compareer
|