NL: commanderenSynoniemen: bevel voeren, bevelen, verordenen, opdragen, gelasten, gebieden, decreteren, leidinggeven, leiden, aanvoeren, verordonneren
DE: commanderen (bevel voeren over): führen, leiten, steuern, anordnen, lenken, befehlen, gebieten, verordnen, kommandieren
ES: commanderen (bevel voeren over): guiar, conducir, llevar, mandar, estar en cabeza, dirigir, ordenar, liderar, presidir, encabezar, gobernar, decretar, preceder, pilotar, ir a la cabeza
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gecommandeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik commandeer jij commandeert hij commandeert wij commanderen jullie commanderen zij commanderen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gecommandeerd jij hebt gecommandeerd hij heeft gecommandeerd wij hebben gecommandeerd jullie hebben gecommandeerd zij hebben gecommandeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik commandeerde jij commandeerde hij commandeerde wij commandeerden jullie commandeerden zij commandeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gecommandeerd jij had gecommandeerd hij had gecommandeerd wij hadden gecommandeerd jullie hadden gecommandeerd zij hadden gecommandeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal commanderen jij zult commanderen hij zal commanderen wij zullen commanderen jullie zullen commanderen zij zullen commanderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gecommandeerd hebben jij zult gecommandeerd hebben hij zal gecommandeerd hebben wij zullen gecommandeerd hebben jullie zullen gecommandeerd hebben zij zullen gecommandeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou commanderen jij zou commanderen hij zou commanderen wij zouden commanderen jullie zouden commanderen zij zouden commanderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gecommandeerd hebben jij zou gecommandeerd hebben hij zou gecommandeerd hebben wij zouden gecommandeerd hebben jullie zouden gecommandeerd hebben zij zouden gecommandeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
commandeer
|