NL: coderenSynoniemen: codering
DE: kodieren, verschlüsseln
EN: encode, code
ES: codificar, poner en clave
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gecodeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik codeer jij codeert hij codeert wij coderen jullie coderen zij coderen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gecodeerd jij hebt gecodeerd hij heeft gecodeerd wij hebben gecodeerd jullie hebben gecodeerd zij hebben gecodeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik codeerde jij codeerde hij codeerde wij codeerden jullie codeerden zij codeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gecodeerd jij had gecodeerd hij had gecodeerd wij hadden gecodeerd jullie hadden gecodeerd zij hadden gecodeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal coderen jij zult coderen hij zal coderen wij zullen coderen jullie zullen coderen zij zullen coderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gecodeerd hebben jij zult gecodeerd hebben hij zal gecodeerd hebben wij zullen gecodeerd hebben jullie zullen gecodeerd hebben zij zullen gecodeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou coderen jij zou coderen hij zou coderen wij zouden coderen jullie zouden coderen zij zouden coderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gecodeerd hebben jij zou gecodeerd hebben hij zou gecodeerd hebben wij zouden gecodeerd hebben jullie zouden gecodeerd hebben zij zouden gecodeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
codeer
|