NL: claxonnerenSynoniemen: toeteren
DE: hupen
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geclaxonneerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik claxonneer jij claxonneert hij claxonneert wij claxonneren jullie claxonneren zij claxonneren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geclaxonneerd jij hebt geclaxonneerd hij heeft geclaxonneerd wij hebben geclaxonneerd jullie hebben geclaxonneerd zij hebben geclaxonneerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik claxonneerde jij claxonneerde hij claxonneerde wij claxonneerden jullie claxonneerden zij claxonneerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geclaxonneerd jij had geclaxonneerd hij had geclaxonneerd wij hadden geclaxonneerd jullie hadden geclaxonneerd zij hadden geclaxonneerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal claxonneren jij zult claxonneren hij zal claxonneren wij zullen claxonneren jullie zullen claxonneren zij zullen claxonneren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geclaxonneerd hebben jij zult geclaxonneerd hebben hij zal geclaxonneerd hebben wij zullen geclaxonneerd hebben jullie zullen geclaxonneerd hebben zij zullen geclaxonneerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou claxonneren jij zou claxonneren hij zou claxonneren wij zouden claxonneren jullie zouden claxonneren zij zouden claxonneren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geclaxonneerd hebben jij zou geclaxonneerd hebben hij zou geclaxonneerd hebben wij zouden geclaxonneerd hebben jullie zouden geclaxonneerd hebben zij zouden geclaxonneerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
claxonneer
|