NL: circulerenSynoniemen: doorstromen, rondzenden, rouleren
DE: circuleren (in omloop zijn): zirkulieren, im Umlauf sein
EN: circuleren (in omloop zijn): circulate
ES: circuleren (in omloop zijn): circular
FR: circuleren (in omloop zijn): circuler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gecirculeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik circuleer jij circuleert hij circuleert wij circuleren jullie circuleren zij circuleren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gecirculeerd jij hebt gecirculeerd hij heeft gecirculeerd wij hebben gecirculeerd jullie hebben gecirculeerd zij hebben gecirculeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik circuleerde jij circuleerde hij circuleerde wij circuleerden jullie circuleerden zij circuleerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gecirculeerd jij had gecirculeerd hij had gecirculeerd wij hadden gecirculeerd jullie hadden gecirculeerd zij hadden gecirculeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal circuleren jij zult circuleren hij zal circuleren wij zullen circuleren jullie zullen circuleren zij zullen circuleren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gecirculeerd hebben jij zult gecirculeerd hebben hij zal gecirculeerd hebben wij zullen gecirculeerd hebben jullie zullen gecirculeerd hebben zij zullen gecirculeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou circuleren jij zou circuleren hij zou circuleren wij zouden circuleren jullie zouden circuleren zij zouden circuleren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gecirculeerd hebben jij zou gecirculeerd hebben hij zou gecirculeerd hebben wij zouden gecirculeerd hebben jullie zouden gecirculeerd hebben zij zouden gecirculeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
circuleer
|