NL: choquerenSynoniemen: aanstoot geven, shockeren, schokken
DE: choqueren (aanstoot geven): schockieren, erschüttern
EN: choqueren (aanstoot geven): shock, scandalize, annoy, give offence, be annoying
ES: choqueren (aanstoot geven): escandalizar, causar escándalo
FR: choqueren (aanstoot geven): choquer, heurter, faire scandale
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gechoqueerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik choqueer jij choqueert hij choqueert wij choqueren jullie choqueren zij choqueren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gechoqueerd jij hebt gechoqueerd hij heeft gechoqueerd wij hebben gechoqueerd jullie hebben gechoqueerd zij hebben gechoqueerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik choqueerde jij choqueerde hij choqueerde wij choqueerden jullie choqueerden zij choqueerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gechoqueerd jij had gechoqueerd hij had gechoqueerd wij hadden gechoqueerd jullie hadden gechoqueerd zij hadden gechoqueerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal choqueren jij zult choqueren hij zal choqueren wij zullen choqueren jullie zullen choqueren zij zullen choqueren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gechoqueerd hebben jij zult gechoqueerd hebben hij zal gechoqueerd hebben wij zullen gechoqueerd hebben jullie zullen gechoqueerd hebben zij zullen gechoqueerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou choqueren jij zou choqueren hij zou choqueren wij zouden choqueren jullie zouden choqueren zij zouden choqueren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gechoqueerd hebben jij zou gechoqueerd hebben hij zou gechoqueerd hebben wij zouden gechoqueerd hebben jullie zouden gechoqueerd hebben zij zouden gechoqueerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
choqueer
|