NL: chloroformeren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gechloroformeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik chloroformeer jij chloroformeert hij chloroformeert wij chloroformeren jullie chloroformeren zij chloroformeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gechloroformeerd jij hebt gechloroformeerd hij heeft gechloroformeerd wij hebben gechloroformeerd jullie hebben gechloroformeerd zij hebben gechloroformeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik chloroformeerde jij chloroformeerde hij chloroformeerde wij chloroformeerden jullie chloroformeerden zij chloroformeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gechloroformeerd jij had gechloroformeerd hij had gechloroformeerd wij hadden gechloroformeerd jullie hadden gechloroformeerd zij hadden gechloroformeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal chloroformeren jij zult chloroformeren hij zal chloroformeren wij zullen chloroformeren jullie zullen chloroformeren zij zullen chloroformeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gechloroformeerd hebben jij zult gechloroformeerd hebben hij zal gechloroformeerd hebben wij zullen gechloroformeerd hebben jullie zullen gechloroformeerd hebben zij zullen gechloroformeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou chloroformeren jij zou chloroformeren hij zou chloroformeren wij zouden chloroformeren jullie zouden chloroformeren zij zouden chloroformeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gechloroformeerd hebben jij zou gechloroformeerd hebben hij zou gechloroformeerd hebben wij zouden gechloroformeerd hebben jullie zouden gechloroformeerd hebben zij zouden gechloroformeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
chloroformeer
|