EN: to chatter| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
chattering
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I chatter you chatter he chatters we chatter you chatter they chatter
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have chattered you have chattered he has chattered we have chattered you have chattered they have chattered
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I chattered you chattered he chattered we chattered you chattered they chattered
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had chattered you had chattered he had chattered we had chattered you had chattered they had chattered
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will chatter you will chatter he will chatter we will chatter you will chatter they will chatter
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have chattered you will have chattered he will have chattered we will have chattered you will have chattered they will have chattered
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would chatter you would chatter he would chatter we would chatter you would chatter they would chatter
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have chattered you would have chattered he would have chattered we would have chattered you would have chattered they would have chattered
|
FR: chatter| Participe Passé |
|
chatté
|
| Indicatif Présent |
| ott, als in `ik ga` |
je chatte tu chattes il; elle chatte nous chattons vous chattez ils; elles chattent
|
| Indicatif Passé Composé |
| Passé composé = voltooid tegenwoordige tijd. Als in `ik ben gegaan`. Le passé composé wordt gebruikt voor alle op zichzelf staande feiten, nieuwe, éénmalige gebeurtenissen, alle afgesloten handelingen. |
j`ai chatté tu as chatté il; elle a chatté nous avons chatté vous avez chatté ils; elles ont chatté
|
| Indicatif Imparfait |
| ovt, als in `ik ging`. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was. |
je chattais tu chattais il; elle chattait nous chattions vous chattiez ils; elles chattaient
|
| Indicatif Plus-Que-Parfait |
| Plus-que-parfait= voltooid verleden tijd. Als in `ik was gegaan` |
j`avais chatté tu avais chatté il; elle avait chatté nous avions chatté vous aviez chatté ils; elles avaient chatté
|
| Indicatif Passé Simple |
| vtt, als in `ik ging`. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
je chattai tu chattas il; elle chatta nous chattâmes vous chattâtes ils; elles chattèrent
|
| Indicatif Passé Antérieur |
| vvtt, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`eus chatté tu eus chatté il; elle eut chatté nous eûmes chatté vous eûtes chatté ils; elles eurent chatté
|
| Indicatif Futur Simple |
| ottt, als in `ik zal gaan` |
je chatterai tu chatteras il; elle chattera nous chatterons vous chatterez ils; elles chatteront
|
| Indicatif Futur Antérieur |
| vttt, als in `Ik zal gegaan zijn` |
j`aurai chatté tu auras chatté il; elle aura chatté nous aurons chatté vous aurez chatté ils; elles auront chatté
|
| Subjonctif Présent |
| Aanvoegende wijs, heden. Men gebruikt het subjonctif in een onderschikkende bijzin die begint met `que`, na werkwoorden die een gevoel weergeven: être content = blij zijn, être triste= bedroefd zijn |
je chatte tu chattes il; elle chatte nous chattions vous chattiez ils; elles chattent
|
| Subjonctif Passé |
| Aanvoegende wijs, verleden. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`aie chatté tu aies chatté il; elle ait chatté nous ayons chatté vous ayez chatté ils; elles aient chatté
|
| Subjonctif Imparfait |
| Aanvoegende wijs. Vooral gebruikt in de schrijftaal. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was |
je chattasse tu chattasses il; elle chattât nous chattassions vous chattassiez ils; elles chattassent
|
| Subjonctif Plus-Que-Parfait |
| Aanvoegende wijs, voltooid deelwoord. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`eusse chatté tu eusses chatté il; elle eût chatté nous eussions chatté vous eussiez chatté ils; elles eussent chatté
|
| Conditionnel Présent |
| ovtt. Met de conditionnel présent kan je een voorwaarde uitdrukken, als in `ik zou gaan` |
je chatterais tu chatterais il; elle chatterait nous chatterions vous chatteriez ils; elles chatteraient
|
| Conditionnel Passé |
| vvtt. De conditionnel passé gebruik je om een voorwaarde in het verleden te stellen, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`aurais chatté tu aurais chatté il; elle aurait chatté nous aurions chatté vous auriez chatté ils; elles auraient chatté
|
| Impératif Présent |
| gebiedende wijs als in `Ga!` |
(tu) chatte, (nous) chattons (vous) chattez
|