NL: charmerenSynoniemen: bekoren, , aantrekken
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gecharmeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik charmeer jij charmeert hij charmeert wij charmeren jullie charmeren zij charmeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gecharmeerd jij hebt gecharmeerd hij heeft gecharmeerd wij hebben gecharmeerd jullie hebben gecharmeerd zij hebben gecharmeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik charmeerde jij charmeerde hij charmeerde wij charmeerden jullie charmeerden zij charmeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gecharmeerd jij had gecharmeerd hij had gecharmeerd wij hadden gecharmeerd jullie hadden gecharmeerd zij hadden gecharmeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal charmeren jij zult charmeren hij zal charmeren wij zullen charmeren jullie zullen charmeren zij zullen charmeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gecharmeerd hebben jij zult gecharmeerd hebben hij zal gecharmeerd hebben wij zullen gecharmeerd hebben jullie zullen gecharmeerd hebben zij zullen gecharmeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou charmeren jij zou charmeren hij zou charmeren wij zouden charmeren jullie zouden charmeren zij zouden charmeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gecharmeerd hebben jij zou gecharmeerd hebben hij zou gecharmeerd hebben wij zouden gecharmeerd hebben jullie zouden gecharmeerd hebben zij zouden gecharmeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
charmeer
|