NL: chargerenSynoniemen: aanvallen, overdrijven
EN: over-act, charge
FR: accuser, inculper, incriminer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gechargeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik chargeer jij chargeert hij chargeert wij chargeren jullie chargeren zij chargeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gechargeerd jij hebt gechargeerd hij heeft gechargeerd wij hebben gechargeerd jullie hebben gechargeerd zij hebben gechargeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik chargeerde jij chargeerde hij chargeerde wij chargeerden jullie chargeerden zij chargeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gechargeerd jij had gechargeerd hij had gechargeerd wij hadden gechargeerd jullie hadden gechargeerd zij hadden gechargeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal chargeren jij zult chargeren hij zal chargeren wij zullen chargeren jullie zullen chargeren zij zullen chargeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gechargeerd hebben jij zult gechargeerd hebben hij zal gechargeerd hebben wij zullen gechargeerd hebben jullie zullen gechargeerd hebben zij zullen gechargeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou chargeren jij zou chargeren hij zou chargeren wij zouden chargeren jullie zouden chargeren zij zouden chargeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gechargeerd hebben jij zou gechargeerd hebben hij zou gechargeerd hebben wij zouden gechargeerd hebben jullie zouden gechargeerd hebben zij zouden gechargeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
chargeer
|