NL: chaperonnerenSynoniemen: begeleiden, volgen, vergezellen, meelopen, meegaan, geleiden, escorteren
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gechaperonneerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik chaperonneer jij chaperonneert hij chaperonneert wij chaperonneren jullie chaperonneren zij chaperonneren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gechaperonneerd jij hebt gechaperonneerd hij heeft gechaperonneerd wij hebben gechaperonneerd jullie hebben gechaperonneerd zij hebben gechaperonneerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik chaperonneerde jij chaperonneerde hij chaperonneerde wij chaperonneerden jullie chaperonneerden zij chaperonneerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gechaperonneerd jij had gechaperonneerd hij had gechaperonneerd wij hadden gechaperonneerd jullie hadden gechaperonneerd zij hadden gechaperonneerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal chaperonneren jij zult chaperonneren hij zal chaperonneren wij zullen chaperonneren jullie zullen chaperonneren zij zullen chaperonneren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gechaperonneerd hebben jij zult gechaperonneerd hebben hij zal gechaperonneerd hebben wij zullen gechaperonneerd hebben jullie zullen gechaperonneerd hebben zij zullen gechaperonneerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou chaperonneren jij zou chaperonneren hij zou chaperonneren wij zouden chaperonneren jullie zouden chaperonneren zij zouden chaperonneren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gechaperonneerd hebben jij zou gechaperonneerd hebben hij zou gechaperonneerd hebben wij zouden gechaperonneerd hebben jullie zouden gechaperonneerd hebben zij zouden gechaperonneerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
chaperonneer
|