NL: chanterenSynoniemen: afpersen
DE: erpressen, erzwingen, abzwingen, abnötigen
EN: extort, blackmail
ES: chantajear, hacer chantaje
FR: faire chanter, extorquer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gechanteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik chanteer jij chanteert hij chanteert wij chanteren jullie chanteren zij chanteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gechanteerd jij hebt gechanteerd hij heeft gechanteerd wij hebben gechanteerd jullie hebben gechanteerd zij hebben gechanteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik chanteerde jij chanteerde hij chanteerde wij chanteerden jullie chanteerden zij chanteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gechanteerd jij had gechanteerd hij had gechanteerd wij hadden gechanteerd jullie hadden gechanteerd zij hadden gechanteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal chanteren jij zult chanteren hij zal chanteren wij zullen chanteren jullie zullen chanteren zij zullen chanteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gechanteerd hebben jij zult gechanteerd hebben hij zal gechanteerd hebben wij zullen gechanteerd hebben jullie zullen gechanteerd hebben zij zullen gechanteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou chanteren jij zou chanteren hij zou chanteren wij zouden chanteren jullie zouden chanteren zij zouden chanteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gechanteerd hebben jij zou gechanteerd hebben hij zou gechanteerd hebben wij zouden gechanteerd hebben jullie zouden gechanteerd hebben zij zouden gechanteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
chanteer
|