Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

certificeren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: certificeren
Synoniemen: bekrachtigen, waarmerken, merken, bestempelen, getuigen

DE: certificeren (bekrachtigen): bestaetigen, beglaubigen, bescheinigen, signalisieren
EN: certificeren (bekrachtigen): certify, notice, confirm, authenticate, uphold, assent, signal, ratify
ES: certificeren (bekrachtigen): ratificar, señalar, acreditar, ver, observar, sellar, precintar, percatarse de, rubricar, pegar un sello
FR: certificeren (bekrachtigen): authentifier, confirmer, authentiquer, valider, ratifier, entériner

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gecertificeerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik certificeer
jij certificeert
hij certificeert
wij certificeren
jullie certificeren
zij certificeren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gecertificeerd
jij hebt gecertificeerd
hij heeft gecertificeerd
wij hebben gecertificeerd
jullie hebben gecertificeerd
zij hebben gecertificeerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik certificeerde
jij certificeerde
hij certificeerde
wij certificeerden
jullie certificeerden
zij certificeerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gecertificeerd
jij had gecertificeerd
hij had gecertificeerd
wij hadden gecertificeerd
jullie hadden gecertificeerd
zij hadden gecertificeerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal certificeren
jij zult certificeren
hij zal certificeren
wij zullen certificeren
jullie zullen certificeren
zij zullen certificeren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gecertificeerd hebben
jij zult gecertificeerd hebben
hij zal gecertificeerd hebben
wij zullen gecertificeerd hebben
jullie zullen gecertificeerd hebben
zij zullen gecertificeerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou certificeren
jij zou certificeren
hij zou certificeren
wij zouden certificeren
jullie zouden certificeren
zij zouden certificeren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gecertificeerd hebben
jij zou gecertificeerd hebben
hij zou gecertificeerd hebben
wij zouden gecertificeerd hebben
jullie zouden gecertificeerd hebben
zij zouden gecertificeerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
certificeer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/certificeren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English