NL: centupleren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gecentupleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik centupleer jij centupleert hij centupleert wij centupleren jullie centupleren zij centupleren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gecentupleerd jij hebt gecentupleerd hij heeft gecentupleerd wij hebben gecentupleerd jullie hebben gecentupleerd zij hebben gecentupleerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik centupleerde jij centupleerde hij centupleerde wij centupleerden jullie centupleerden zij centupleerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gecentupleerd jij had gecentupleerd hij had gecentupleerd wij hadden gecentupleerd jullie hadden gecentupleerd zij hadden gecentupleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal centupleren jij zult centupleren hij zal centupleren wij zullen centupleren jullie zullen centupleren zij zullen centupleren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gecentupleerd hebben jij zult gecentupleerd hebben hij zal gecentupleerd hebben wij zullen gecentupleerd hebben jullie zullen gecentupleerd hebben zij zullen gecentupleerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou centupleren jij zou centupleren hij zou centupleren wij zouden centupleren jullie zouden centupleren zij zouden centupleren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gecentupleerd hebben jij zou gecentupleerd hebben hij zou gecentupleerd hebben wij zouden gecentupleerd hebben jullie zouden gecentupleerd hebben zij zouden gecentupleerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
centupleer
|