NL: catechiseren U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gecatechiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik catechiseer jij catechiseert hij catechiseert wij catechiseren jullie catechiseren zij catechiseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gecatechiseerd jij hebt gecatechiseerd hij heeft gecatechiseerd wij hebben gecatechiseerd jullie hebben gecatechiseerd zij hebben gecatechiseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik catechiseerde jij catechiseerde hij catechiseerde wij catechiseerden jullie catechiseerden zij catechiseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gecatechiseerd jij had gecatechiseerd hij had gecatechiseerd wij hadden gecatechiseerd jullie hadden gecatechiseerd zij hadden gecatechiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal catechiseren jij zult catechiseren hij zal catechiseren wij zullen catechiseren jullie zullen catechiseren zij zullen catechiseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gecatechiseerd hebben jij zult gecatechiseerd hebben hij zal gecatechiseerd hebben wij zullen gecatechiseerd hebben jullie zullen gecatechiseerd hebben zij zullen gecatechiseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou catechiseren jij zou catechiseren hij zou catechiseren wij zouden catechiseren jullie zouden catechiseren zij zouden catechiseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gecatechiseerd hebben jij zou gecatechiseerd hebben hij zou gecatechiseerd hebben wij zouden gecatechiseerd hebben jullie zouden gecatechiseerd hebben zij zouden gecatechiseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
catechiseer
|