Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

catchen vervoegen




NL: catchen

DE: catchen
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
gecatcht
catchend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich catche
du catchst
er catcht
wir catchen
ihr catcht
sie; Sie catchen
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich habe gecatcht
du hast gecatcht
er hat gecatcht
wir haben gecatcht
ihr habt gecatcht
sie; Sie haben gecatcht
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich catchte
du catchtest
er catchte
wir catchten
ihr catchtet
sie; Sie catchten
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich hatte gecatcht
du hattest gecatcht
er hatte gecatcht
wir hatten gecatcht
ihr hattet gecatcht
sie; Sie hatten gecatcht
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde catchen
du wirst catchen
er wird catchen
wir werden catchen
ihr werdet catchen
sie; Sie werden catchen
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde gecatcht haben
du wirst gecatcht haben
er wird gecatcht haben
wir werden gecatcht haben
ihr werdet gecatcht haben
sie; Sie werden gecatcht haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich catche
du catchest
er catche
wir catchen
ihr catchet
sie; Sie catchen
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich habe gecatcht
du habest gecatcht
er habe gecatcht
wir haben gecatcht
ihr habet gecatcht
sie; Sie haben gecatcht
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich catchte
du catchtest
er catchte
wir catchten
ihr catchtet
sie; Sie catchten
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte gecatcht
du hättest gecatcht
er hätte gecatcht
wir hätten gecatcht
ihr hättet gecatcht
sie; Sie hätten gecatcht
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde catchen
du würdest catchen
er würde catchen
wir würden catchen
ihr würdet catchen
sie; Sie würden catchen
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde gecatcht haben
du würdest gecatcht haben
er würde gecatcht haben
wir würden gecatcht haben
ihr würdet gecatcht haben
sie; Sie würden gecatcht haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du catche


NL: catchen

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gecatcht
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik catch
jij catcht
hij catcht
wij catchen
jullie catchen
zij catchen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gecatcht
jij hebt gecatcht
hij heeft gecatcht
wij hebben gecatcht
jullie hebben gecatcht
zij hebben gecatcht
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik catche
jij catche
hij catche
wij catchen
jullie catchen
zij catchen
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gecatcht
jij had gecatcht
hij had gecatcht
wij hadden gecatcht
jullie hadden gecatcht
zij hadden gecatcht
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal catchen
jij zult catchen
hij zal catchen
wij zullen catchen
jullie zullen catchen
zij zullen catchen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gecatcht hebben
jij zult gecatcht hebben
hij zal gecatcht hebben
wij zullen gecatcht hebben
jullie zullen gecatcht hebben
zij zullen gecatcht hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou catchen
jij zou catchen
hij zou catchen
wij zouden catchen
jullie zouden catchen
zij zouden catchen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gecatcht hebben
jij zou gecatcht hebben
hij zou gecatcht hebben
wij zouden gecatcht hebben
jullie zouden gecatcht hebben
zij zouden gecatcht hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
catch

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/catchen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald