NL: castrerenSynoniemen: helpen, lubben, snijden
EN: castrate
FR: bistourner, castrer, châtrer, émasculer
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gecastreerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik castreer jij castreert hij castreert wij castreren jullie castreren zij castreren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gecastreerd jij hebt gecastreerd hij heeft gecastreerd wij hebben gecastreerd jullie hebben gecastreerd zij hebben gecastreerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik castreerde jij castreerde hij castreerde wij castreerden jullie castreerden zij castreerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gecastreerd jij had gecastreerd hij had gecastreerd wij hadden gecastreerd jullie hadden gecastreerd zij hadden gecastreerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal castreren jij zult castreren hij zal castreren wij zullen castreren jullie zullen castreren zij zullen castreren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gecastreerd hebben jij zult gecastreerd hebben hij zal gecastreerd hebben wij zullen gecastreerd hebben jullie zullen gecastreerd hebben zij zullen gecastreerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou castreren jij zou castreren hij zou castreren wij zouden castreren jullie zouden castreren zij zouden castreren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gecastreerd hebben jij zou gecastreerd hebben hij zou gecastreerd hebben wij zouden gecastreerd hebben jullie zouden gecastreerd hebben zij zouden gecastreerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
castreer
|