NL: castigeren U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gecastigeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik castigeer jij castigeert hij castigeert wij castigeren jullie castigeren zij castigeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gecastigeerd jij hebt gecastigeerd hij heeft gecastigeerd wij hebben gecastigeerd jullie hebben gecastigeerd zij hebben gecastigeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik castigeerde jij castigeerde hij castigeerde wij castigeerden jullie castigeerden zij castigeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gecastigeerd jij had gecastigeerd hij had gecastigeerd wij hadden gecastigeerd jullie hadden gecastigeerd zij hadden gecastigeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal castigeren jij zult castigeren hij zal castigeren wij zullen castigeren jullie zullen castigeren zij zullen castigeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gecastigeerd hebben jij zult gecastigeerd hebben hij zal gecastigeerd hebben wij zullen gecastigeerd hebben jullie zullen gecastigeerd hebben zij zullen gecastigeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou castigeren jij zou castigeren hij zou castigeren wij zouden castigeren jullie zouden castigeren zij zouden castigeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gecastigeerd hebben jij zou gecastigeerd hebben hij zou gecastigeerd hebben wij zouden gecastigeerd hebben jullie zouden gecastigeerd hebben zij zouden gecastigeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
castigeer
|