NL: carboniseren U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gecarboniseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik carboniseer jij carboniseert hij carboniseert wij carboniseren jullie carboniseren zij carboniseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gecarboniseerd jij hebt gecarboniseerd hij heeft gecarboniseerd wij hebben gecarboniseerd jullie hebben gecarboniseerd zij hebben gecarboniseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik carboniseerde jij carboniseerde hij carboniseerde wij carboniseerden jullie carboniseerden zij carboniseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gecarboniseerd jij had gecarboniseerd hij had gecarboniseerd wij hadden gecarboniseerd jullie hadden gecarboniseerd zij hadden gecarboniseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal carboniseren jij zult carboniseren hij zal carboniseren wij zullen carboniseren jullie zullen carboniseren zij zullen carboniseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gecarboniseerd hebben jij zult gecarboniseerd hebben hij zal gecarboniseerd hebben wij zullen gecarboniseerd hebben jullie zullen gecarboniseerd hebben zij zullen gecarboniseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou carboniseren jij zou carboniseren hij zou carboniseren wij zouden carboniseren jullie zouden carboniseren zij zouden carboniseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gecarboniseerd hebben jij zou gecarboniseerd hebben hij zou gecarboniseerd hebben wij zouden gecarboniseerd hebben jullie zouden gecarboniseerd hebben zij zouden gecarboniseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
carboniseer
|