NL: carboncopyen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gecarboncopyd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik carboncopy jij carboncopyt hij carboncopyt wij carboncopyen jullie carboncopyen zij carboncopyen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gecarboncopyd jij hebt gecarboncopyd hij heeft gecarboncopyd wij hebben gecarboncopyd jullie hebben gecarboncopyd zij hebben gecarboncopyd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik carboncopyde jij carboncopyde hij carboncopyde wij carboncopyden jullie carboncopyden zij carboncopyden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gecarboncopyd jij had gecarboncopyd hij had gecarboncopyd wij hadden gecarboncopyd jullie hadden gecarboncopyd zij hadden gecarboncopyd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal carboncopyen jij zult carboncopyen hij zal carboncopyen wij zullen carboncopyen jullie zullen carboncopyen zij zullen carboncopyen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gecarboncopyd hebben jij zult gecarboncopyd hebben hij zal gecarboncopyd hebben wij zullen gecarboncopyd hebben jullie zullen gecarboncopyd hebben zij zullen gecarboncopyd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou carboncopyen jij zou carboncopyen hij zou carboncopyen wij zouden carboncopyen jullie zouden carboncopyen zij zouden carboncopyen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gecarboncopyd hebben jij zou gecarboncopyd hebben hij zou gecarboncopyd hebben wij zouden gecarboncopyd hebben jullie zouden gecarboncopyd hebben zij zouden gecarboncopyd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
carboncopy
|