NL: capitulerenSynoniemen: opgeven, overgeven, uitleveren
EN: surrender, capitulate, give in
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gecapituleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik capituleer jij capituleert hij capituleert wij capituleren jullie capituleren zij capituleren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gecapituleerd jij hebt gecapituleerd hij heeft gecapituleerd wij hebben gecapituleerd jullie hebben gecapituleerd zij hebben gecapituleerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik capituleerde jij capituleerde hij capituleerde wij capituleerden jullie capituleerden zij capituleerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gecapituleerd jij had gecapituleerd hij had gecapituleerd wij hadden gecapituleerd jullie hadden gecapituleerd zij hadden gecapituleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal capituleren jij zult capituleren hij zal capituleren wij zullen capituleren jullie zullen capituleren zij zullen capituleren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gecapituleerd hebben jij zult gecapituleerd hebben hij zal gecapituleerd hebben wij zullen gecapituleerd hebben jullie zullen gecapituleerd hebben zij zullen gecapituleerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou capituleren jij zou capituleren hij zou capituleren wij zouden capituleren jullie zouden capituleren zij zouden capituleren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gecapituleerd hebben jij zou gecapituleerd hebben hij zou gecapituleerd hebben wij zouden gecapituleerd hebben jullie zouden gecapituleerd hebben zij zouden gecapituleerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
capituleer
|