EN: to caper| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
capering
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I caper you caper he capers we caper you caper they caper
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have capered you have capered he has capered we have capered you have capered they have capered
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I capered you capered he capered we capered you capered they capered
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had capered you had capered he had capered we had capered you had capered they had capered
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will caper you will caper he will caper we will caper you will caper they will caper
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have capered you will have capered he will have capered we will have capered you will have capered they will have capered
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would caper you would caper he would caper we would caper you would caper they would caper
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have capered you would have capered he would have capered we would have capered you would have capered they would have capered
|
FR: caper| Participe Passé |
|
capé
|
| Indicatif Présent |
| ott, als in `ik ga` |
je cape tu capes il; elle cape nous capons vous capez ils; elles capent
|
| Indicatif Passé Composé |
| Passé composé = voltooid tegenwoordige tijd. Als in `ik ben gegaan`. Le passé composé wordt gebruikt voor alle op zichzelf staande feiten, nieuwe, éénmalige gebeurtenissen, alle afgesloten handelingen. |
j`ai capé tu as capé il; elle a capé nous avons capé vous avez capé ils; elles ont capé
|
| Indicatif Imparfait |
| ovt, als in `ik ging`. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was. |
je capais tu capais il; elle capait nous capions vous capiez ils; elles capaient
|
| Indicatif Plus-Que-Parfait |
| Plus-que-parfait= voltooid verleden tijd. Als in `ik was gegaan` |
j`avais capé tu avais capé il; elle avait capé nous avions capé vous aviez capé ils; elles avaient capé
|
| Indicatif Passé Simple |
| vtt, als in `ik ging`. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
je capai tu capas il; elle capa nous capâmes vous capâtes ils; elles capèrent
|
| Indicatif Passé Antérieur |
| vvtt, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`eus capé tu eus capé il; elle eut capé nous eûmes capé vous eûtes capé ils; elles eurent capé
|
| Indicatif Futur Simple |
| ottt, als in `ik zal gaan` |
je caperai tu caperas il; elle capera nous caperons vous caperez ils; elles caperont
|
| Indicatif Futur Antérieur |
| vttt, als in `Ik zal gegaan zijn` |
j`aurai capé tu auras capé il; elle aura capé nous aurons capé vous aurez capé ils; elles auront capé
|
| Subjonctif Présent |
| Aanvoegende wijs, heden. Men gebruikt het subjonctif in een onderschikkende bijzin die begint met `que`, na werkwoorden die een gevoel weergeven: être content = blij zijn, être triste= bedroefd zijn |
je cape tu capes il; elle cape nous capions vous capiez ils; elles capent
|
| Subjonctif Passé |
| Aanvoegende wijs, verleden. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`aie capé tu aies capé il; elle ait capé nous ayons capé vous ayez capé ils; elles aient capé
|
| Subjonctif Imparfait |
| Aanvoegende wijs. Vooral gebruikt in de schrijftaal. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was |
je capasse tu capasses il; elle capât nous capassions vous capassiez ils; elles capassent
|
| Subjonctif Plus-Que-Parfait |
| Aanvoegende wijs, voltooid deelwoord. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`eusse capé tu eusses capé il; elle eût capé nous eussions capé vous eussiez capé ils; elles eussent capé
|
| Conditionnel Présent |
| ovtt. Met de conditionnel présent kan je een voorwaarde uitdrukken, als in `ik zou gaan` |
je caperais tu caperais il; elle caperait nous caperions vous caperiez ils; elles caperaient
|
| Conditionnel Passé |
| vvtt. De conditionnel passé gebruik je om een voorwaarde in het verleden te stellen, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`aurais capé tu aurais capé il; elle aurait capé nous aurions capé vous auriez capé ils; elles auraient capé
|
| Impératif Présent |
| gebiedende wijs als in `Ga!` |
(tu) cape, (nous) capons (vous) capez
|