| Vervoegen: canoniseren |
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
| gecanoniseerd |
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
| ik canoniseer jij canoniseert hij canoniseert wij canoniseren jullie canoniseren zij canoniseren |
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
| ik heb gecanoniseerd jij hebt gecanoniseerd hij heeft gecanoniseerd wij hebben gecanoniseerd jullie hebben gecanoniseerd zij hebben gecanoniseerd |
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
| ik canoniseerde jij canoniseerde hij canoniseerde wij canoniseerden jullie canoniseerden zij canoniseerden |
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
| ik had gecanoniseerd jij had gecanoniseerd hij had gecanoniseerd wij hadden gecanoniseerd jullie hadden gecanoniseerd zij hadden gecanoniseerd |
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
| ik zal canoniseren jij zult canoniseren hij zal canoniseren wij zullen canoniseren jullie zullen canoniseren zij zullen canoniseren |
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
| ik zal gecanoniseerd hebben jij zult gecanoniseerd hebben hij zal gecanoniseerd hebben wij zullen gecanoniseerd hebben jullie zullen gecanoniseerd hebben zij zullen gecanoniseerd hebben |
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
| ik zou canoniseren jij zou canoniseren hij zou canoniseren wij zouden canoniseren jullie zouden canoniseren zij zouden canoniseren |
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
| ik zou gecanoniseerd hebben jij zou gecanoniseerd hebben hij zou gecanoniseerd hebben wij zouden gecanoniseerd hebben jullie zouden gecanoniseerd hebben zij zouden gecanoniseerd hebben |
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
| canoniseer |