NL: cancelen U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gecanceld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik cancel jij cancelt hij cancelt wij cancelen jullie cancelen zij cancelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gecanceld jij hebt gecanceld hij heeft gecanceld wij hebben gecanceld jullie hebben gecanceld zij hebben gecanceld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik cancelde jij cancelde hij cancelde wij cancelden jullie cancelden zij cancelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gecanceld jij had gecanceld hij had gecanceld wij hadden gecanceld jullie hadden gecanceld zij hadden gecanceld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal cancelen jij zult cancelen hij zal cancelen wij zullen cancelen jullie zullen cancelen zij zullen cancelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gecanceld hebben jij zult gecanceld hebben hij zal gecanceld hebben wij zullen gecanceld hebben jullie zullen gecanceld hebben zij zullen gecanceld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou cancelen jij zou cancelen hij zou cancelen wij zouden cancelen jullie zouden cancelen zij zouden cancelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gecanceld hebben jij zou gecanceld hebben hij zou gecanceld hebben wij zouden gecanceld hebben jullie zouden gecanceld hebben zij zouden gecanceld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
cancel
|