MWB Online woordenboek
 

Vertalen

Woorden (Hoofdpagina)
Tekst
Vaakst vertaald

Ontspanning

Puzzelwoorden
Woordspellen
Rijmwoordenboek

Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

Spelling

Spellingalfabet
Goed en Fout
Spellingcontrole

Varia

Dialecten
Encyclopedie
Symbolen en ALT-codes
Tellen in andere talen
Themawoordenboeken
This site in English

Taalportalen

NL | DE | EN | ES | FR

De website

Partners | Contact | Privacy

Vervoegen: campen

DE: campen

DE: campen
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
gecampt
campend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich campe
du campst
er campt
wir campen
ihr campt
sie; Sie campen
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich habe gecampt
du hast gecampt
er hat gecampt
wir haben gecampt
ihr habt gecampt
sie; Sie haben gecampt
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich campte
du camptest
er campte
wir campten
ihr camptet
sie; Sie campten
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich hatte gecampt
du hattest gecampt
er hatte gecampt
wir hatten gecampt
ihr hattet gecampt
sie; Sie hatten gecampt
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde campen
du wirst campen
er wird campen
wir werden campen
ihr werdet campen
sie; Sie werden campen
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde gecampt haben
du wirst gecampt haben
er wird gecampt haben
wir werden gecampt haben
ihr werdet gecampt haben
sie; Sie werden gecampt haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich campe
du campest
er campe
wir campen
ihr campet
sie; Sie campen
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich habe gecampt
du habest gecampt
er habe gecampt
wir haben gecampt
ihr habet gecampt
sie; Sie haben gecampt
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich campte
du camptest
er campte
wir campten
ihr camptet
sie; Sie campten
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte gecampt
du hättest gecampt
er hätte gecampt
wir hätten gecampt
ihr hättet gecampt
sie; Sie hätten gecampt
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde campen
du würdest campen
er würde campen
wir würden campen
ihr würdet campen
sie; Sie würden campen
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde gecampt haben
du würdest gecampt haben
er würde gecampt haben
wir würden gecampt haben
ihr würdet gecampt haben
sie; Sie würden gecampt haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du campe

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/campen


Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


Vervoeg

Typ een werkwoordsvorm in en klik op de `Vervoeg` knop.

Vertalen

Naar

Spelling (woord)

Vervoegen

Synoniemen

Werkwoord vervoegen

Van Dale taalweb
© Mijnwoordenboek 2008