Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

calculeren vervoegen




NL: calculeren
Synoniemen: uitrekenen, tellen, rekenen, berekenen, uitwerken, becijferen

DE: calculeren (uitrekenen): kalkulieren, ausarbeiten, berechnen, veranschlagen, überschlagen
EN: calculeren (uitrekenen): calculate, draw up, figure out, value
ES: calculeren (uitrekenen): calcular
FR: calculeren (uitrekenen): estimer, calculer, chiffrer

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gecalculeerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik calculeer
jij calculeert
hij calculeert
wij calculeren
jullie calculeren
zij calculeren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gecalculeerd
jij hebt gecalculeerd
hij heeft gecalculeerd
wij hebben gecalculeerd
jullie hebben gecalculeerd
zij hebben gecalculeerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik calculeerde
jij calculeerde
hij calculeerde
wij calculeerden
jullie calculeerden
zij calculeerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gecalculeerd
jij had gecalculeerd
hij had gecalculeerd
wij hadden gecalculeerd
jullie hadden gecalculeerd
zij hadden gecalculeerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal calculeren
jij zult calculeren
hij zal calculeren
wij zullen calculeren
jullie zullen calculeren
zij zullen calculeren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gecalculeerd hebben
jij zult gecalculeerd hebben
hij zal gecalculeerd hebben
wij zullen gecalculeerd hebben
jullie zullen gecalculeerd hebben
zij zullen gecalculeerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou calculeren
jij zou calculeren
hij zou calculeren
wij zouden calculeren
jullie zouden calculeren
zij zouden calculeren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gecalculeerd hebben
jij zou gecalculeerd hebben
hij zou gecalculeerd hebben
wij zouden gecalculeerd hebben
jullie zouden gecalculeerd hebben
zij zouden gecalculeerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
calculeer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/calculeren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald