Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

calcineren vervoegen




NL: calcineren

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gecalcineerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik calcineer
jij calcineert
hij calcineert
wij calcineren
jullie calcineren
zij calcineren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gecalcineerd
jij hebt gecalcineerd
hij heeft gecalcineerd
wij hebben gecalcineerd
jullie hebben gecalcineerd
zij hebben gecalcineerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik calcineerde
jij calcineerde
hij calcineerde
wij calcineerden
jullie calcineerden
zij calcineerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gecalcineerd
jij had gecalcineerd
hij had gecalcineerd
wij hadden gecalcineerd
jullie hadden gecalcineerd
zij hadden gecalcineerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal calcineren
jij zult calcineren
hij zal calcineren
wij zullen calcineren
jullie zullen calcineren
zij zullen calcineren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gecalcineerd hebben
jij zult gecalcineerd hebben
hij zal gecalcineerd hebben
wij zullen gecalcineerd hebben
jullie zullen gecalcineerd hebben
zij zullen gecalcineerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou calcineren
jij zou calcineren
hij zou calcineren
wij zouden calcineren
jullie zouden calcineren
zij zouden calcineren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gecalcineerd hebben
jij zou gecalcineerd hebben
hij zou gecalcineerd hebben
wij zouden gecalcineerd hebben
jullie zouden gecalcineerd hebben
zij zouden gecalcineerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
calcineer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/calcineren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald