Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

cajoleren vervoegen




NL: cajoleren

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gecajoleerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik cajoleer
jij cajoleert
hij cajoleert
wij cajoleren
jullie cajoleren
zij cajoleren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gecajoleerd
jij hebt gecajoleerd
hij heeft gecajoleerd
wij hebben gecajoleerd
jullie hebben gecajoleerd
zij hebben gecajoleerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik cajoleerde
jij cajoleerde
hij cajoleerde
wij cajoleerden
jullie cajoleerden
zij cajoleerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gecajoleerd
jij had gecajoleerd
hij had gecajoleerd
wij hadden gecajoleerd
jullie hadden gecajoleerd
zij hadden gecajoleerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal cajoleren
jij zult cajoleren
hij zal cajoleren
wij zullen cajoleren
jullie zullen cajoleren
zij zullen cajoleren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gecajoleerd hebben
jij zult gecajoleerd hebben
hij zal gecajoleerd hebben
wij zullen gecajoleerd hebben
jullie zullen gecajoleerd hebben
zij zullen gecajoleerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou cajoleren
jij zou cajoleren
hij zou cajoleren
wij zouden cajoleren
jullie zouden cajoleren
zij zouden cajoleren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gecajoleerd hebben
jij zou gecajoleerd hebben
hij zou gecajoleerd hebben
wij zouden gecajoleerd hebben
jullie zouden gecajoleerd hebben
zij zouden gecajoleerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
cajoleer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/cajoleren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald