EN: to cajoleNL: cajole (snatch): pikken, ontfutselen, aftroggelen, bietsen, grissen, gappen, afpakken, inpikken
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
cajoling
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I cajole you cajole he cajoles we cajole you cajole they cajole
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have cajoled you have cajoled he has cajoled we have cajoled you have cajoled they have cajoled
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I cajoled you cajoled he cajoled we cajoled you cajoled they cajoled
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had cajoled you had cajoled he had cajoled we had cajoled you had cajoled they had cajoled
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will cajole you will cajole he will cajole we will cajole you will cajole they will cajole
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have cajoled you will have cajoled he will have cajoled we will have cajoled you will have cajoled they will have cajoled
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would cajole you would cajole he would cajole we would cajole you would cajole they would cajole
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have cajoled you would have cajoled he would have cajoled we would have cajoled you would have cajoled they would have cajoled
|