| Vervoegen: cabaleren |
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
| gecabaleerd |
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
| ik cabaleer jij cabaleert hij cabaleert wij cabaleren jullie cabaleren zij cabaleren |
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
| ik heb gecabaleerd jij hebt gecabaleerd hij heeft gecabaleerd wij hebben gecabaleerd jullie hebben gecabaleerd zij hebben gecabaleerd |
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
| ik cabaleerde jij cabaleerde hij cabaleerde wij cabaleerden jullie cabaleerden zij cabaleerden |
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
| ik had gecabaleerd jij had gecabaleerd hij had gecabaleerd wij hadden gecabaleerd jullie hadden gecabaleerd zij hadden gecabaleerd |
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
| ik zal cabaleren jij zult cabaleren hij zal cabaleren wij zullen cabaleren jullie zullen cabaleren zij zullen cabaleren |
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
| ik zal gecabaleerd hebben jij zult gecabaleerd hebben hij zal gecabaleerd hebben wij zullen gecabaleerd hebben jullie zullen gecabaleerd hebben zij zullen gecabaleerd hebben |
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
| ik zou cabaleren jij zou cabaleren hij zou cabaleren wij zouden cabaleren jullie zouden cabaleren zij zouden cabaleren |
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
| ik zou gecabaleerd hebben jij zou gecabaleerd hebben hij zou gecabaleerd hebben wij zouden gecabaleerd hebben jullie zouden gecabaleerd hebben zij zouden gecabaleerd hebben |
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
| cabaleer |