NL: buitensluitenSynoniemen: schorsen, sluiten, uitsluiten, uitzonderen
EN: exclude, preclude, rule out, alienate, except, shut out, debar, except from
ES: excluir, aislar, no admitir, negar la entrada
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
buitengesloten
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sluit buiten jij sluit buiten hij sluit buiten wij sluiten buiten jullie sluiten buiten zij sluiten buiten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb buitengesloten jij hebt buitengesloten hij heeft buitengesloten wij hebben buitengesloten jullie hebben buitengesloten zij hebben buitengesloten
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik sloot buiten jij sloot buiten hij sloot buiten wij sloten buiten jullie sloten buiten zij sloten buiten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had buitengesloten jij had buitengesloten hij had buitengesloten wij hadden buitengesloten jullie hadden buitengesloten zij hadden buitengesloten
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal buitensluiten jij zult buitensluiten hij zal buitensluiten wij zullen buitensluiten jullie zullen buitensluiten zij zullen buitensluiten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal buitengesloten hebben jij zult buitengesloten hebben hij zal buitengesloten hebben wij zullen buitengesloten hebben jullie zullen buitengesloten hebben zij zullen buitengesloten hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou buitensluiten jij zou buitensluiten hij zou buitensluiten wij zouden buitensluiten jullie zouden buitensluiten zij zouden buitensluiten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou buitengesloten hebben jij zou buitengesloten hebben hij zou buitengesloten hebben wij zouden buitengesloten hebben jullie zouden buitengesloten hebben zij zouden buitengesloten hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sluit buiten
|