Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

budgetteren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: budgetteren
EN: budget

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gebudgetteerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik budgetteer
jij budgetteert
hij budgetteert
wij budgetteren
jullie budgetteren
zij budgetteren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gebudgetteerd
jij hebt gebudgetteerd
hij heeft gebudgetteerd
wij hebben gebudgetteerd
jullie hebben gebudgetteerd
zij hebben gebudgetteerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik budgetteerde
jij budgetteerde
hij budgetteerde
wij budgetteerden
jullie budgetteerden
zij budgetteerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gebudgetteerd
jij had gebudgetteerd
hij had gebudgetteerd
wij hadden gebudgetteerd
jullie hadden gebudgetteerd
zij hadden gebudgetteerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal budgetteren
jij zult budgetteren
hij zal budgetteren
wij zullen budgetteren
jullie zullen budgetteren
zij zullen budgetteren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gebudgetteerd hebben
jij zult gebudgetteerd hebben
hij zal gebudgetteerd hebben
wij zullen gebudgetteerd hebben
jullie zullen gebudgetteerd hebben
zij zullen gebudgetteerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou budgetteren
jij zou budgetteren
hij zou budgetteren
wij zouden budgetteren
jullie zouden budgetteren
zij zouden budgetteren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gebudgetteerd hebben
jij zou gebudgetteerd hebben
hij zou gebudgetteerd hebben
wij zouden gebudgetteerd hebben
jullie zouden gebudgetteerd hebben
zij zouden gebudgetteerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
budgetteer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/budgetteren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English