NL: bruinenSynoniemen: bronzen
DE: bräunen
EN: tan, bronze, brown
ES: broncear, dorar, poner moreno
FR: bronzer, brunir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gebruind
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bruin jij bruint hij bruint wij bruinen jullie bruinen zij bruinen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gebruind jij hebt gebruind hij heeft gebruind wij hebben gebruind jullie hebben gebruind zij hebben gebruind
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bruinde jij bruinde hij bruinde wij bruinden jullie bruinden zij bruinden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gebruind jij had gebruind hij had gebruind wij hadden gebruind jullie hadden gebruind zij hadden gebruind
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bruinen jij zult bruinen hij zal bruinen wij zullen bruinen jullie zullen bruinen zij zullen bruinen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gebruind hebben jij zult gebruind hebben hij zal gebruind hebben wij zullen gebruind hebben jullie zullen gebruind hebben zij zullen gebruind hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bruinen jij zou bruinen hij zou bruinen wij zouden bruinen jullie zouden bruinen zij zouden bruinen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gebruind hebben jij zou gebruind hebben hij zou gebruind hebben wij zouden gebruind hebben jullie zouden gebruind hebben zij zouden gebruind hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bruin
|