NL: brouwenSynoniemen: toebereiden, verzinnen, bereiden, beramen, prepareren, klaarmaken
DE: brouwen (iets toebereiden): zubereiten, kochen
EN: brouwen (iets toebereiden): prepare, brew, cook, make ready
FR: brouwen (iets toebereiden): préparer, apprêter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gebrouwen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik brouw jij brouwt hij brouwt wij brouwen jullie brouwen zij brouwen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gebrouwen jij hebt gebrouwen hij heeft gebrouwen wij hebben gebrouwen jullie hebben gebrouwen zij hebben gebrouwen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik brouwde jij brouwde hij brouwde wij brouwden jullie brouwden zij brouwden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gebrouwen jij had gebrouwen hij had gebrouwen wij hadden gebrouwen jullie hadden gebrouwen zij hadden gebrouwen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal brouwen jij zult brouwen hij zal brouwen wij zullen brouwen jullie zullen brouwen zij zullen brouwen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gebrouwen hebben jij zult gebrouwen hebben hij zal gebrouwen hebben wij zullen gebrouwen hebben jullie zullen gebrouwen hebben zij zullen gebrouwen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou brouwen jij zou brouwen hij zou brouwen wij zouden brouwen jullie zouden brouwen zij zouden brouwen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gebrouwen hebben jij zou gebrouwen hebben hij zou gebrouwen hebben wij zouden gebrouwen hebben jullie zouden gebrouwen hebben zij zouden gebrouwen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
brouw
|