NL: broeienSynoniemen: smeulen
DE: broeien (warm zijn): brühen, gären, brüten, schwelen, warm sein
EN: broeien (warm zijn): be brewing
ES: broeien (warm zijn): estar caliente, hacer calor
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gebroeid
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik broei jij broeit hij broeit wij broeien jullie broeien zij broeien
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gebroeid jij hebt gebroeid hij heeft gebroeid wij hebben gebroeid jullie hebben gebroeid zij hebben gebroeid
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik broeide jij broeide hij broeide wij broeiden jullie broeiden zij broeiden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gebroeid jij had gebroeid hij had gebroeid wij hadden gebroeid jullie hadden gebroeid zij hadden gebroeid
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal broeien jij zult broeien hij zal broeien wij zullen broeien jullie zullen broeien zij zullen broeien
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gebroeid hebben jij zult gebroeid hebben hij zal gebroeid hebben wij zullen gebroeid hebben jullie zullen gebroeid hebben zij zullen gebroeid hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou broeien jij zou broeien hij zou broeien wij zouden broeien jullie zouden broeien zij zouden broeien
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gebroeid hebben jij zou gebroeid hebben hij zou gebroeid hebben wij zouden gebroeid hebben jullie zouden gebroeid hebben zij zouden gebroeid hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
broei
|