EN: to bridleSynoniemen: harness, lead, leash, noose, rein, restraint, restriction, strap
NL: de teugel (m), de toom (m), het leidsel
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
bridling
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I bridle you bridle he bridles we bridle you bridle they bridle
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have bridled you have bridled he has bridled we have bridled you have bridled they have bridled
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I bridled you bridled he bridled we bridled you bridled they bridled
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had bridled you had bridled he had bridled we had bridled you had bridled they had bridled
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will bridle you will bridle he will bridle we will bridle you will bridle they will bridle
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have bridled you will have bridled he will have bridled we will have bridled you will have bridled they will have bridled
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would bridle you would bridle he would bridle we would bridle you would bridle they would bridle
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have bridled you would have bridled he would have bridled we would have bridled you would have bridled they would have bridled
|