NL: brassenSynoniemen: schransen, slempen, uitspatten, zwelgen, zwijnen, boemelen, vreten
DE: brassen (schransen): schlemmen, pfropfen, fressen, stopfen, futtern, prassen, hineinstopfen, vollstopfen
EN: brassen (schransen): gormandize
ES: brassen (schransen): hartarse
FR: brassen (schransen): bouffer, s'empiffrer, se gaver, bâfrer, se goberger, faire bombance, se câler les joues
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gebrast
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bras jij brast hij brast wij brassen jullie brassen zij brassen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gebrast jij hebt gebrast hij heeft gebrast wij hebben gebrast jullie hebben gebrast zij hebben gebrast
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik braste jij braste hij braste wij brasten jullie brasten zij brasten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gebrast jij had gebrast hij had gebrast wij hadden gebrast jullie hadden gebrast zij hadden gebrast
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal brassen jij zult brassen hij zal brassen wij zullen brassen jullie zullen brassen zij zullen brassen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gebrast hebben jij zult gebrast hebben hij zal gebrast hebben wij zullen gebrast hebben jullie zullen gebrast hebben zij zullen gebrast hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou brassen jij zou brassen hij zou brassen wij zouden brassen jullie zouden brassen zij zouden brassen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gebrast hebben jij zou gebrast hebben hij zou gebrast hebben wij zouden gebrast hebben jullie zouden gebrast hebben zij zouden gebrast hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bras
|