EN: to branchSynoniemen: arm, limb, offshoot, river, stream
NL: aftakken, vertakken
DE: abzweigen
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
branching
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I branch you branch he branches we branch you branch they branch
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have branched; have branched you have branched he has branched we have branched you have branched they have branched
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I branched you branched he branched we branched you branched they branched
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had branched; had branched you had branched he had branched we had branched you had branched they had branched
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will branch you will branch he will branch we will branch you will branch they will branch
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have branched you will have branched he will have branched we will have branched you will have branched they will have branched
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would branch you would branch he would branch we would branch you would branch they would branch
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have branched you would have branched he would have branched we would have branched you would have branched they would have branched
|