Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

braken vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: braken
Synoniemen: afschuw hebben, kotsen, over de nek gaan, overgeven, spugen, spuwen, vomeren, uitbraken

DE: das Erbrechen, das Kotzen
EN: the barfing, the vomiting, the puking
ES: el vómitos
FR: le vomissement

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gebraakt
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik braak
jij braakt
hij braakt
wij braken
jullie braken
zij braken
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gebraakt
jij hebt gebraakt
hij heeft gebraakt
wij hebben gebraakt
jullie hebben gebraakt
zij hebben gebraakt
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik braakte
jij braakte
hij braakte
wij braakten
jullie braakten
zij braakten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gebraakt
jij had gebraakt
hij had gebraakt
wij hadden gebraakt
jullie hadden gebraakt
zij hadden gebraakt
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal braken
jij zult braken
hij zal braken
wij zullen braken
jullie zullen braken
zij zullen braken
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gebraakt hebben
jij zult gebraakt hebben
hij zal gebraakt hebben
wij zullen gebraakt hebben
jullie zullen gebraakt hebben
zij zullen gebraakt hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou braken
jij zou braken
hij zou braken
wij zouden braken
jullie zouden braken
zij zouden braken
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gebraakt hebben
jij zou gebraakt hebben
hij zou gebraakt hebben
wij zouden gebraakt hebben
jullie zouden gebraakt hebben
zij zouden gebraakt hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
braak

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/braken

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English