Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

braden vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: braden
DE: braten
EN: roast, grill, fry
ES: asar, guisar, dorar
FR: rôtir, faire cuire

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gebraden
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik braad
jij braadt
hij braadt
wij braden
jullie braden
zij braden
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gebraden
jij hebt gebraden
hij heeft gebraden
wij hebben gebraden
jullie hebben gebraden
zij hebben gebraden
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik braadde
jij braadde
hij braadde
wij braadden
jullie braadden
zij braadden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gebraden
jij had gebraden
hij had gebraden
wij hadden gebraden
jullie hadden gebraden
zij hadden gebraden
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal braden
jij zult braden
hij zal braden
wij zullen braden
jullie zullen braden
zij zullen braden
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gebraden hebben
jij zult gebraden hebben
hij zal gebraden hebben
wij zullen gebraden hebben
jullie zullen gebraden hebben
zij zullen gebraden hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou braden
jij zou braden
hij zou braden
wij zouden braden
jullie zouden braden
zij zouden braden
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gebraden hebben
jij zou gebraden hebben
hij zou gebraden hebben
wij zouden gebraden hebben
jullie zouden gebraden hebben
zij zouden gebraden hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
braad

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/braden

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English